Home

16 sites te ontdekken

Erfgoed van

het dorp Halanzy

Mijn van Bois-Haut d'Halanzy

De mijn van Fays d’Halanzy

De schachten van Musson

De mijnbouw

Gedenksteen

Guy de Larigaudie

Grand Bois van Musson

150 jaar staal in Gorcy

De omschakeling van Gorcy

Het sterke ijzer

van Saint Pancré

Saint-Deniskerk

Het kruis van Saint-Denis

d’Houdlémont

De wastunnel

van Ville-Houdlémont

De beschermende boomgaard

van Ville-Houdlémont

Doodlopende straat van

de toren en de kerk

in Saint-Pancré

Bois de la Cure

in Saint-Pancré

Onze partners

FR

EN

|

|

DE

|

NL

MOEILIJKHEIDS-

GRAAD

TOEGANKELIJKHEID

De mijn van
Fays d'Halanzy

De mijnbouw

 

Hoogte 343 m

Oude mijnexploitaties in gangen van de 18de etn19de eeuw.

 

 

 

 

1. De sleuve

De mijnbouw van het bos van Gaumaise is er één van U- of V-sleuven,  waarvan de diepte varieert van enkele tientallen centimeters tot zes meter en de breedte van 1 tot 6 meter. De lengte reikt van enkele meters tot enkele honderden meters, of zelfs één of twee kilometer. De vorm van de sleuf varieert afhankelijk van wat de mijnwerker ontdekt tijdens de exploitatie. De sporen van het verwijderen van de ijzerertslagen van Musson-Halanzy zijn vooral duidelijk door de helling van de bajocien laag. Dit zijn afgeschraapte stukken aan de zijkant van de helling.

 

De mijnwerkers waren gericht op de ijzerertsbank. Deze duikt op aan de zijkant van de helling. Het is niet gelijkvloers toegankelijk na de vallei  en beslaat enkele tientallen meters terrein. De exploitatie door afschrapen bestaat meer dan exploitatie in gangen uit het naar de open lucht halen van de ijzererts door de zijkant van de helling te kerven. Zo ontstaat er een gevaarlijke holte voor de bovenliggende grond.

 

Of de mijnwerker maakt eerst het bovenliggende terrein vrij om te kunnen werken, of hij veroorzaakt door de uitgraving een instorting met het gevaar dat hij zelf bedolven raakt. Het resultaat is dat het afschrapen het bovenste deel van de zijde doet verschuiven, waardoor er halverwege de helling een plateau gecreëerd wordt (op het niveau van de ijzerertsbank) met daaronder brokstukken.

 

In de XVIIIde en aan het begin van de XIXde eeuw gebruikten de mijnwerkers die in gangen werkten de zo gevormde plateaus halverwege de zijde als opslag voor erts en afvalgesteente. Er worden wegen aangelegd in de helling om vervoer met een karretje mogelijk te maken tot het niveau van de ijzerertsbank en zo het winnen van de erts te vergemakkelijken.

 

1603, de inkomsten uit de mijn komen voor in de boekhouding van de provoost van Aarlen. De mijn wordt jaarlijks door de domeinontvanger of directeur aangeboden aan de hoogste bieder. Deze kopers behoren tot twee categorieën, meesters van smederijen, of inwoners van Halanzy die werkten voor meesters van smederijen of als intermediair. Deze 2 soorten huurders deden zich veel voor tijdens de XVIIIde eeuw.

 

Van af 1633 exploitatie in perioden en dit gedurende 30 jaar,

als gevolg van de heersende oorlog. Met de XVIIIde eeuw breekt het belang van de exploitatie van de mijnbouw van Halanzy aan. De winningswerkzaamheden veroorzaken slachtoffers onder de mijnwerkers. Men tekent de dood van Jean-Laurent Adam op, bedolven in een mijngat op 4 januari 1725, of Jean Hutelet, verpletterd op 11 september 1739.

 

In 1737 verbruikten de hoogovens van Montauban ijzererts van Halanzy.

 

In 1757 vindt men een melding van een mijnwerker van Halanzy, Jean Léonard, die 100 wagens met ijzererts geleverd heeft en die geldt als de beste mijnwerker die levert aan de fabriek van Buzenol.

 

Tussen 1767 en 1771 is de meest afgelegen klant van Halanzy de hoogoven van Mellier, maar er is ook Orval, de hoogoven van Pierrard, Montauban, Berchiwé, La Soye, Bologne en de Pont d'Oye voor de ijzererts ; en Rutel, Lacmane en de Fourneau Marchant voor sterk ijzer.

 

 

2. De gangen

In 1770 geven zeven gangen werk aan 18 tot 19 werknemers die 5000 wagens met ijzererts per jaar produceren. Ijzererts en sterk ijzer worden naar de fabrieken getransporteerd door de werkers van het dorp wanneer het veldwerk gestopt is. Het salaris van een mijnwerker bedraagt 8 sol per kar ijzererts en wijzigt niet tot kort voor de Franse Revolutie ; terwijl het functioneren van een fabriek zoals de Fourneau Marchant veel duurder is : 54 sol. In Halanzy stijgt het loon van de mijnwerker van 8 naar 9 sol na 1786. In 1973, einde van levering van sterk ijzer aan de Fourneau Marchant en aan Montauban.

 

Het werk in de mijn is een familieaangelegenheid. Onder de exploitanten van ijzererts is het mogelijk om verscheidene geslachten mijnwerkers te reconstrueren die hun zware arbeid van generatie op generatie in stand houden. De mijnwerkers zijn geïntegreerd in de dorpsmaatschappij en ze bekleden vaak belangrijke posten in de gemeenteraad In 1804 voedt de ijzererts van Halanzy 15 hoogovens en levert 34% gietijzer.

De statistieken van 1811-1812 melden voor Halanzy een productie van 3000 ton zacht ijzer gewonnen door het werk van 10 mijnwerkers gedurende 9 of 10 maanden. De relatie tussen de kosten van de winning en de transportkosten bedraagt 1 op 7.

Met de economische crisis eind XVIIIde eeuw, verlagen de fabrieken hun aankoop van zacht ijzer ten bate van sterk ijzer. Tussen 1770 n 1811, terugdringing van het aantal werknemers van een twintigtal tot een tiental, het aantal mijnen van 7 naar 2 of 3 en de productie van ijzererts van 6000 naar 3000 ton. Hervatting van de exploitatie sinds de invoering van het Nederlandse regime.*

 

*bron : Les mines de fer du pays gaumais J.C. Delhez. 2004