Home

16 sites te ontdekken

Erfgoed van

het dorp Halanzy

Mijn van Bois-Haut d'Halanzy

De mijn van Fays d’Halanzy

De schachten van Musson

De mijnbouw

Gedenksteen

Guy de Larigaudie

Grand Bois van Musson

150 jaar staal in Gorcy

De omschakeling van Gorcy

Het sterke ijzer

van Saint Pancré

Saint-Deniskerk

Het kruis van Saint-Denis

d’Houdlémont

De wastunnel

van Ville-Houdlémont

De beschermende boomgaard

van Ville-Houdlémont

Doodlopende straat van

de toren en de kerk

in Saint-Pancré

Bois de la Cure

in Saint-Pancré

Onze partners

FR

EN

|

|

DE

|

NL

MOEILIJKHEIDS-

GRAAD

TOEGANKELIJKHEID


De mijnbouw

De mijnbouw

van Grand Bois

van Musson

Het ijzerertswingebied van Lotharingen steekt een klein stukje uit in België en duikt op aan de noordelijke zijde van de beboste heuvel van Musson, 350 m te zuiden van Halanzy en 348 m ten zuiden van Musson.

 

De ontdekking in de loop van de 18de eeuw van deze belangrijke laag met oölitisch ijzererts, dat aan het begin van de 19de eeuw de naam «minette» kreeg omdat men dacht dat het om een onbelangrijke mijn ging, bracht een omwenteling teweeg in de gewoontes van de meesters van smederijen die afzagen van alluviale ijzererts, dat veel bewerking nodig heeft, om oölitsch ijzererts te gebruiken.

 

Er moet echter opgemerkt worden dat het erts van het Grand Bois van Musson reeds in de Middeleeuwen werd ontgonnen met de techniek van het afschrapen, die bestond uit het afschrapen van de op de zijde van de heuvel opduikende erts. De Société des Hauts Fourneaux, Fonderies et Mines de Musson werd op

27 januari 1881 opgericht in Brussel. De oprichters beschikten reeds over de vergunning op het gemeentelijk gebied voor de ijzermijn van Grand Bois en de mijn van Musson was al in werking sinds 1851. Daarna verkregen zij de vergunningen voor Warnimont en Châtelet in Frankrijk.

 

In februari 1885 wordt in Musson de Société Anonyme des Hauts Fourneaux et Mines de Musson (naamloze vennootschap van hoogovens en mijnen van Musson). De fabriek, die onder de oude afvalberg langs de spoorweg ligt, begint zijn activiteit met twee hoogovens, elk met een dagelijkse capaciteit van 60 ton fosforhoudend gietijzer, geschikt om bij de tweede smelting de vereiste vloeibaarheid te realiseren voor het produceren van onderdelen meet dunne wanden (bijv. : wanden van wagons).

 

In het begin doorkruiste de mijn van Musson, die geëxploiteerd werd via een horizontale gang die geopend is in de zijde van de helling boven een hellend vlak, van noord naar zuid om uit te komen bij het buurtschap Mussy-la-Corvée in Trou du Vieux Guillaume (Gat van de Oude Guillaume). De plek zal later dienst doen als gemeentelijke vuilnisbelt en de ingang zal dichtgegooid worden.  De hoofdgang zal vervolgens naar het oosten geleid worden boven de vervoerkabel. De derde belangrijkste gang ligt nog verder naar het oosten omdat de ijzerlagen toenamen in potentieel met een verbetering van de korst. Rond 1900 begon deze reeds bij Blocou en wordt eveneens mijn van Warnimont genoemd

Uit de mijn werd ijzererts gewonnen genaamd «la minette», met een lager percentage ijzer van 38 tot 40%. Dit ijzererts werd eerst gebroken op het blok alvorens in de wagons geladen te worden die bij de buitenzijde van de schachten stonden. Het overschot van de productie was bedoeld voor de stad Athus en voor de hoogovens van Rodange.

 

De winning van ijzererts in de mijn van het Grand Bois van Musson werd gestopt in 1963 ; de laag ijzererts was gereduceerd, de betimmering van de gangen was te duur en stond het gebruik van moderne motors niet toe.

 

De exploitatie in Halanzy zal evenwel geïntensiveerd worden met beter materieel. De kwaliteit van het dak staat daar namelijk het gebruik van bulldozers toe gezien de breedte en de hoogte van de niet-betimmerde gangen.